politiek
vrouwelijk (de)/poliˈtik/
Wat is de betekenis van politiek?
politiek betekent: datgene wat gerelateerd is aan het besturen van een samenleving
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- datgene wat gerelateerd is aan het besturen van een samenleving
- beleid (m.n. van een landelijke of lokale regering)
- manier van optreden, handelwijze
- de gezamenlijke politici
Voorbeelden van "politiek" in een zin
- Ik heb geen vertrouwen meer in de politiek.
- Want de arbeidersmeerderheid had het probleem dat ze geen opgeleide mensen hadden voor alle bureaucratische en politieke posten.
- Er was ons gezegd dat we met zijn zessen naast elkaar moesten lopen. Net als bijna alles in het leven had dat een politieke reden.
- De politiek van groeien en graaien, een drang naar meer tot in de miljardste macht, dat is wat ze beginnen te zien als ze naar beneden kijken.
- Ze kwam tot de conclusie dat ze zich iets meer in politiek moest gaan verdiepen om wat meer profijt van hun tijd samen te hebben.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘staatkundig’ voor het eerst aangetroffen in 1548
Uitdrukkingen
- Een politieke tinnegieter ( of kannegieter) — Stoett-2263 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelspolitics, political
Franspolitique, politique
DuitsPolitik, politisch
Spaanspolítica, político
Italiaanspolitica
Portugeespolitica
Russischполитика, политический
Poolspolityka, polityczny
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek