politiek

vrouwelijk (de)/poliˈtik/

Wat is de betekenis van politiek?

politiek betekent: datgene wat gerelateerd is aan het besturen van een samenleving

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene wat gerelateerd is aan het besturen van een samenleving
  2. beleid (m.n. van een landelijke of lokale regering)
  3. manier van optreden, handelwijze
  4. de gezamenlijke politici

Voorbeelden van "politiek" in een zin

  • Ik heb geen vertrouwen meer in de politiek.
  • Want de arbeidersmeerderheid had het probleem dat ze geen opgeleide mensen hadden voor alle bureaucratische en politieke posten.
  • Er was ons gezegd dat we met zijn zessen naast elkaar moesten lopen. Net als bijna alles in het leven had dat een politieke reden.
  • De politiek van groeien en graaien, een drang naar meer tot in de miljardste macht, dat is wat ze beginnen te zien als ze naar beneden kijken.
  • Ze kwam tot de conclusie dat ze zich iets meer in politiek moest gaan verdiepen om wat meer profijt van hun tijd samen te hebben.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘staatkundig’ voor het eerst aangetroffen in 1548

Uitdrukkingen

  • Een politieke tinnegieter ( of kannegieter)Stoett-2263 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelspolitics, political
Franspolitique, politique
DuitsPolitik, politisch
Spaanspolítica, político
Italiaanspolitica
Portugeespolitica
Russischполитика, политический
Poolspolityka, polityczny