poll
mannelijk (de)/pɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opiniepeiling, onderzoek waarbij mensen naar hun opvatting wordt gevraagdVolgens een poll in de krant waar bijna 400 lezers aan meededen wil driekwart van de bewoners graag een tweede supermarkt in het dorp.Bovendien geeft het haar de kans om de schuld van haar impopulaire beleid in de schoenen te schuiven van Mr Brexit: Nigel Farage. Zijn partij Reform voert al maanden de polls aan, terwijl hij volgens Reeves de oorzaak van alle economische tegenslag is[https://www.parool.nl/wereld/britse-politici-erkennen-eindelijk-brexit-kostte-het-verenigd-koninkrijk-miljarden-euro-s-we-moeten-herstellen-wat-we-verloren~b1df7876/ www.parool.nl (23 feb 2025)]
- (politiek) verkiezingsonderzoek waarbij mensen naar hun toekomstig stemgedrag wordt gevraagdEen poll van onderzoeksbureau TNS duidt er dinsdagmiddag op dat de voorstanders van een uittreden uit de EU een voorsprong hebben van 7 procentpunt.
- bindende stemming waar alle mensen uit een groep aan kunnen meedoenDe nieuwe naam van de vereniging wordt bepaald door een poll onder de leden.
- (politiek) (België) stemming onder de leden van een politieke partij om tot een kandidatenlijst te komenBij de poll voor de samenstelling van de katholieke lijst kwamen Cooreman en Siffer in 1912 respectievelijk als eerste en tweede uit de bus.
Etymologie
*van "poll"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek