pollepel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) (Nederland) een vrij vlakke, houten of kunststoffen lepel gebruikt voor het roeren van voedsel dat toebereid wordt
- (huishouden) (België) een diepe, grote lepel met een lange steel gebruikt voor het opdienen van soepen, sauzen e.d.
Etymologie
* In de betekenis van ‘keukenlepel’ voor het eerst aangetroffen in 1348
Vertalingen
Engelswooden spoon, ladle
Franscuillère en bois, louche
DuitsKochlöffel, Kelle, Holzkelle
Spaanscuchara de palo, cazo, cuchara de servir
Italiaanscucchiaio di legno, mestelo
Portugeescolher de pau, colher de madeira
Zweedsslev
Deenstræske
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek