polyglot

mannelijk (de)/ˌpoliˈɣlɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die veel talen goed kent
    Hij is een echte polyglot.

Etymologie

*afgeleid van het Franse polyglotte of daarvoor van het Griekse 'glōtta' (tong, tongval, taal)

Vertalingen

Engelspolyglotism
Franspolyglotte
DuitsPolyglott
Spaanspolíglota
Italiaanspoliglotta
Portugeespoliglota
Russischполиглот
Poolspoliglota