polymeer

onzijdig (het)/ˌpoliˈmer/

Wat is de betekenis van polymeer?

polymeer betekent: (scheikunde) een reuzenmolecuul dat bestaat uit een sequentie van één of meerdere identieke of soortgelijke onderdelen die aan elkaar zijn gekoppeld

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een reuzenmolecuul dat bestaat uit een sequentie van één of meerdere identieke of soortgelijke onderdelen die aan elkaar zijn gekoppeld

Voorbeelden van "polymeer" in een zin

  • Het is niet juist om alle polymeren 'plastics' te noemen omdat zij lang niet allemaal plastisch te vervormen zijn.

Betekenis en uitleg van polymeer

Een polymeer is een grote molecule die is opgebouwd uit veel kleinere eenheden, genaamd monomeren. Deze lange ketens kunnen natuurlijk zijn, zoals rubber, of synthetisch, zoals plastic, en ze komen in talloze producten en materialen voor die we dagelijks gebruiken.

Het woord 'polymeer' wordt vaak gebruikt in de chemie en materialenwetenschap. Je komt het tegen in discussies over kunststoffen, elastomeren en andere samengestelde stoffen. De nuance ligt in het feit dat polymeerstructuren unieke eigenschappen kunnen hebben, afhankelijk van de samenstelling en de manier waarop de monomeren zijn verbonden.

Voorbeelden

  • De waterdichte jas is gemaakt van een polymeer dat speciaal is ontworpen om ademend te zijn.
  • In de laboratoriumexperimenten werden verschillende polymeren getest op hun sterkte en elasticiteit.
  • Plastic flessen zijn een veelvoorkomend voorbeeld van alledaagse producten die uit polymeren bestaan.

Woordoorsprong

Het woord 'polymeer' komt van het Griekse 'polus', wat 'veel' betekent, en 'meros', wat 'deel' of 'eenheid' betekent, wat verwijst naar de structuur van deze verbindingen.

Veelgestelde vragen over polymeer

Wat is de betekenis van polymeer?

polymeer betekent: (scheikunde) een reuzenmolecuul dat bestaat uit een sequentie van één of meerdere identieke of soortgelijke onderdelen die aan elkaar zijn gekoppeld

Welk woordgeslacht heeft polymeer?

polymeer is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je polymeer in een zin?

Voorbeeld: “Het is niet juist om alle polymeren 'plastics' te noemen omdat zij lang niet allemaal plastisch te vervormen zijn.

Etymologie

#betrekking hebbend op de vorming van een polymeer

Vertalingen

Engelspolymer
Franspolymère
DuitsPolymer
Spaanspolímero
Italiaanspolimero
Portugeespolímero
Russischполимер
Chinees聚合物
Japans重合体
Koreaans중합체
Arabischمكوثر
Turkspolimer
Poolspolimery
Zweedspolymer
Deenspolymer