woorden
boek
Start
›
P
›
ponk
ponk
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
bergplaats voor gespaard geld
zeer grote vrucht
dikke sokken die men draagt in klompen
Etymologie
* verwant aan pongel
Synoniemen
spaarpot
kokkerd
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Ponjee
ponken →