poog

/ˈpoχ/

Wat is de betekenis van poog?

poog betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pogen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pogen
  2. gebiedende wijs van pogen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pogen

Voorbeelden van "poog" in een zin

  • Ik poog.
  • Poog!
  • Poog je?