poog
/ˈpoχ/
Wat is de betekenis van poog?
poog betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pogen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pogen
- gebiedende wijs van pogen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pogen
Voorbeelden van "poog" in een zin
- Ik poog.
- Poog!
- Poog je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek