pook

mannelijk/vrouwelijk (de)/pok/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stang om het vuur op te porren
  2. de versnellingshendel van een auto
  3. schertsend (schertsend) een dikke naainaald, breinaald of haarspeld

Etymologie

* In de betekenis van ‘rakel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1799

Vertalingen

Engelspoker, stick
Franstisonnier, levier
DuitsSchürhaken, Schaltknüppel