Pool

mannelijk/vrouwelijk (de)/pol/

Wat is de betekenis van Pool?

Pool betekent: (aardrijkskunde) uiteinde van een draaiingsas, met name van de aardas

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) uiteinde van een draaiingsas, met name van de aardas
  2. natuurkunde (natuurkunde) een van beide einden van een (elektro-)magneet of antenne
  3. elektrotechniek (elektrotechniek) de aansluitpunten van een elektrisch toestel, snoer of netwerk
  4. wiskunde (wiskunde) een uitzonderlijk punt waar een functie naar oneindig neigt
  5. wiskunde, landmeetkunde (wiskunde), (landmeetkunde) het referentiepunt in een polair coördinatenstelsel vanwaaruit de positie van een ander punt wordt bepaald door afstand (voerstraal) en richting (hoek t.o.v. een refentierichting)
zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie (textielindustrie) een van de vele opstaande draden of noppen van een tapijt of kleed
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een lang model duffelse overjas
zelfstandig naamwoord
  1. gezamenlijke pot met geld waarin personen of organisaties winsten, markten, risico's en meer inbrengen en verdelen
  2. spel (spel) biljartspel lijkende op snooker

Voorbeelden van "Pool" in een zin

  • Aan de polen van de aarde is het zes maanden licht en zes maanden donker.
  • Bij de pool komen de veldlijnen het dichtst bij elkaar.
  • Een accu heeft twee polen.
  • 1=De functie 1/(x-1) heeft een pool voor x=1.
  • Als pool kent men in een cartesisch coördinatenstelsel de oorsprong.

Etymologie

*[D] van """ "gemeenschappelijk fonds", in de betekenis van ‘voetbalpool’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1949

Vertalingen

Engelspole, pole, pole
Franspôle
DuitsPol
Spaanspolo, polo, polo