pootgoed

onzijdig (het)/ˈpotxut/

Wat is de betekenis van pootgoed?

pootgoed betekent: kleine pootaardappelen die men in de grond stopt om uit te laten groeien tot aardappelplanten met veel consumptieaardappelen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine pootaardappelen die men in de grond stopt om uit te laten groeien tot aardappelplanten met veel consumptieaardappelen
  2. ander goed dat men plant om een gewas te kweken

Voorbeelden van "pootgoed" in een zin

  • "Sinds kort hebben we er twee Nederlandse medewerkers bij, waardoor we wel wat vaker naar Nederland kunnen", vertelt Peter, "maar in mei gaat het pootgoed de grond in en augustus, september is de rooitijd, dus dan moeten we er zijn."
  • Nederlandse bedrijven in zaden, pootgoed en jonge planten voor de land- en tuinbouw behoren qua omzet, handel en innovatie tot de top van de wereld. Dat blijkt uit vandaag gepubliceerd onderzoek van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.
  • "Het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan dan zeer sterk worden teruggebracht", denkt Sanderse. "Tot wel 15 à 20 procent van het huidige gebruik. Dat betekent dat boeren duizenden euro's per jaar minder kwijt zijn aan bestrijdingsmiddelen." Al is het niet allemaal winst, waarschuwt Sanderse. "Want vaak is het pootgoed duurder vanwege patenten."

Vertalingen

Engelsseedling, seed stock