popularisator
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die iets toegankelijk maakt voor het grote publiekDe teksten waren in toegankelijke spreektaal geschreven, maar stonden toch ver af van de doelen die popularisatoren zich doorgaans stellen, aangezien ze discutabele, arbitraire meningen bevatten die onvoldoende geverifieerd, maar altijd sprankelend en origineel waren.Nederlandse musicalacteurs popelden om hun tanden te zetten in de complexe nummers van Sondheim. Als de Shakespeare van Broadway durfde hij een ongekende psychologische diepte te geven aan zijn muziektheater. Geen wonder dat hij in de theaterwereld hoger wordt aangeslagen dan zijn collega Andrew Lloyd Webber, de grote popularisator van het genre buiten de VS.
Etymologie
* afleiding van populariseren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek