portier

mannelijk (de)/pɔrˈtir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) Persoon die bij de deur staat om te bepalen wie wel en wie niet binnen mag
    De portier weigerde de dronken man toegang te verlenen.
zelfstandig naamwoord
  1. autodeur
    Het plotseling geopende portier veroorzaakte een ongeluk waarbij een fietser ten val kwam.
    Dan heeft deze auto ook nog het Style+ pakket (€426) dat bestaat uit chromen sierlijsten, vermoeidheidsherkenning, chromen sierlijsten op de portieren, gekleurde panelen in het dashboard en het dak én de voorste raamstijl en de spiegelkappen in een afwijkende kleur.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deurwachter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301