postman

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die bij de posterijen werkt
    Oud-postman Bertus, die na bijna vijftig jaar zonder bloemetje afscheid nam bij PostNL, heeft een goed gevoel overgehouden aan het gesprek met een directeur van het bedrijf. Die kwam vanmiddag op bezoek. [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1849669/alsnog-bloemetje-voor-trouwe-postman-bertus Alsnog bloemetje voor trouwe postman Bertus], De Telegraaf, 28 mrt. 2018
    Brievenpost raakt uit de tijd, ook in Zuid-Afrika. Er wordt bezuinigd, en dat leidt nu tot staking. Maar postman Sam houdt stand. ‘Kunt u de post voor uw hele flat meenemen?’ NRC, Peter Vermaas, 7 juni 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/06/07/postman-sam-durft-nog-te-werken-1115199-a184883 Postman Sam durft nog te werken]
    De onvrede zit echt diep.’ Hans* (50) is net terug van zijn postronde als hij ons ontvangt. Ook hij legde begin november het werk neer. Iedere postman had zijn grieven. Dat het anderhalve maand duurde voor er een akkoord was met de directie, kwam ook omdat vakbondsonderhandelaars zelf niet wisten hoe ze de angel uit de onvrede moesten halen. De Standaard 29 DECEMBER 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20181228_04068705 ‘Als een werkgever al geen regenjas kan geven’]

Vertalingen

Engelsmailman, delivery-man, letter carrier