potas
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɔtɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) een mengsel van zouten dat hoofdzakelijk uit kaliumcarbonaat bestaat verkregen door verbranding van houtVan potas en vet werd zeep gezoden.
- (Limburg) kalium
Vertalingen
Engelspotash
Spaanspotasa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek