potas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɔtɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een mengsel van zouten dat hoofdzakelijk uit kaliumcarbonaat bestaat verkregen door verbranding van hout
    Van potas en vet werd zeep gezoden.
  2. (Limburg) kalium

Vertalingen

Engelspotash
Spaanspotasa