poulet

mannelijk/vrouwelijk (de)/puˈlɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) in stukjes gesneden vlees (van kip of andere dieren)
    Vraag de slager om het vlees in flinke dobbelstenen te snijden, dus grotere stukken dan voor poulet of soepvlees.
  2. voeding (voeding) gerecht bereid uit een kip
    De consument wil vandaag de dag liever vijf keer een lichte maaltijd. De bereiding mag niet te lang duren. Een tartaartje, bieflap of slavink wordt dan ook steeds populairder. Produkten die langer dan 10 minuten in de pan moeten zoals een poulet of klapstuk verliezen daarom steeds vaker terrein. De karbonade en rollade gaan ook zware tijden tegemoet.
  3. spreektaal (spreektaal) schatje
  4. spreektaal (spreektaal) politieagent, smeris

Etymologie

*van "poulet" aangetroffen vanaf 1698