Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

prachtvinken

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) ee groep vogels die onder meer astrildes, papegaaiamandines, amaranten, amadines, blauwfazantjes, de zebravink en andere lonchura's omvat. De lichaamslengte varieert van 9 tot 14 cm. Ze eten in hoofdzaak graszaden en wat insecten

Etymologie

* "prachtvink" met de uitgang -en