prauw
mannelijk/vrouwelijk (de)/prɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een soort kanoHij voer met zijn prauw over de rivier.
Etymologie
*Ontstaan uit parahoe, vgl. perahu
Vertalingen
Engelspirogue
Franspirogue
DuitsPiroge
Spaanspiragua
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek