predicaat
onzijdig (het)/prediˈkat/
Wat is de betekenis van predicaat?
predicaat betekent: kenmerkende benaming
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kenmerkende benaming
- (pregnant) eretitel of loffelijke bijvoeging
- (grammatica) gezegde
- (logica) formalisering van een propositie, (bewering, assertie)
Voorbeelden van "predicaat" in een zin
- Nederland staat internationaal bekend als een land met een zeer ‘vriendelijk’ fiscaal beleid voor grote bedrijven, al verzet Den Haag zich vurig tegen het predicaat belastingparadijs.
- Verder moeten de aanklachten tegen arrestanten van tafel en moet het predicaat ‘relschoppers’ van die groep af.
- Zijn bedrijf verkreeg het predicaat koninklijk.
- Lukassen draagt het predicaat Bondsmeesterklasse van de Fotobond, wat wil zeggen dat ze tot de top van de Nederlandse amateurfotografen behoort.
- Zelfstandige naamwoorden kunnen bijvoorbeeld niet alleen gebruikt worden als argument, maar ook als secondair predicaat (dat wil zeggen als tweede predicaat naast het werkwoord) of als bijwoordelijke bepaling in de zin.
Etymologie
**[4] in de betekenis ‘formele aanduiding’ aangetroffen vanaf 1796 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelspredicate
Fransprédicat
DuitsPrädikat
Spaanspredicado
Italiaanspredicato
Portugeespredicadom
Zweedspredikat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek