preekverbod
onzijdig (het)/'prekfərbɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (politiek) officiële beperking of verbod opgelegd aan een persoon of groep om te spreken of te prediken in een religieuze of publieke context, vaak als disciplinaire maatregel binnen een kerk (zoals bij Geert Groote in de middeleeuwen) of als een politieke maatregel om bepaalde ideeën te onderdrukken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek