Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
preekweek
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- week waarin men allerlei moralistische lezingen aangeboden krijgtDe bedoeling van deze preekweek was om de middelbare scholieren de gevaren op tijd te laten zien.
- week waarin iemand dagelijks preken houdtElke zondag preekt hij in een der kerken in de stad, en om de week preekte hij ook van maandag tot zaterdag. Tussen de ”preekweken” in lagen de weken dat hij Bijbellezingen gaf.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek