Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

preekweek

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. week waarin men allerlei moralistische lezingen aangeboden krijgt
    De bedoeling van deze preekweek was om de middelbare scholieren de gevaren op tijd te laten zien.
  2. week waarin iemand dagelijks preken houdt
    Elke zondag preekt hij in een der kerken in de stad, en om de week preekte hij ook van maandag tot zaterdag. Tussen de ”preekweken” in lagen de weken dat hij Bijbellezingen gaf.