woorden
boek
Start
›
P
›
preker
preker
mannelijk (de)
/ˈprekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die preekt
Etymologie
* van preken
Verwante woorden
preken
prekend
prekerig
prekerige
prekeriger
prekerigheid
prekers
preklinisch
preklinische
prekwalificatietoernooi
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← prekend
prekerig →