Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

presidentsperiode

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdperk dat iemand president is; tijdperk dat een president aan de macht is
    De nieuwe Zuid-Afrikaanse grondwet, die in 1995 werd aangenomen, vormde de kroon op Mandela's presidentschap. De wet verbood discriminatie van welke minderheid dan ook. Voor Mandela vormde de nieuwe grondwet een triomf, iets waar het in zijn verdere presidentsperiode aan ontbrak.
    Als Clinton zich voor de volgende presidentsperiode kandideert, moet ze het mogelijk opnemen tegen een volgende kandidaat uit de Bush-familie. Zoon en broer van, Jeb Bush, is in de running bij de Republikeinen, al is zijn moeder daar tegen.