priesterschap
/ˈpristərˌsxɑp/
Wat is de betekenis van priesterschap?
priesterschap betekent: (n) het uitoefenen van het ambt van priester
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) het uitoefenen van het ambt van priester
- (f) de verzamelde priesters van een bepaalde cultus
Voorbeelden van "priesterschap" in een zin
- Gedesillusioneerd legde hij het priesterschap neer.
- De priesterschap van Amon kreeg onder de latere Ramessiden steeds meer politieke macht en oefende onder de volgende dynastie koninklijke macht uit.
Etymologie
*Afgeleid van priester
Vertalingen
Spaanssacerdocio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek