privéreis

mannelijk/vrouwelijk (de)/priˈverɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een reis die men maakt voor het eigen genoegen en dus niet voor een bedrijf of school
    Agramunt, die eerder erkende dat hij fout zat en excuses aanbood voor de „privéreis”, mag voortaan geen officiële bezoeken en verklaringen meer afleggen namens de vergadering, zo besloot het parlementsbestuur vrijdag. Reformatorisch Dagblad 28-04-2017 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/parlementschef-raad-van-europa-gekortwiekt-1.1397119 Parlementschef Raad van Europa gekortwiekt]
    Het koninklijk paar, dat voor een privéreis al een week in China verblijft, begint zondag aan het officiële deel van de reis. De Chinese president Xi Jinping ontvangt het koninklijk paar maandag. Tubantia 25-10-15, [https://www.tubantia.nl/binnenland/koning-in-videoboodschap-aan-chinese-volk-ni-hao~a8aa6ae4/ Koning in videoboodschap aan Chinese volk: Ni hao]