Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
processiedag
mannelijk (de)/proˈsɛsiˌdɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) periodiek terugkerend tijdstip waarop heilige voorwerpen in een plechtige optocht worden rondgedragenDit is het processiespel dat men altijd te Middelburg speelt op de processiedag, drie weken na Pinksteren en elf dagen na Sacramentsdag.
- (religie) feitelijke datum voor een plechtige optocht met heilige voorwerpenIn de Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht bezat men ‘in de oude tijd’ heel mooie en kostbare vaandels. Om die kerkschatten niet te bederven, vond op een processiedag toen het geweldig regende, de ommegang niet plaats.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek