productiviteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoeveelheid resultaat die per hoeveelheid productiemiddel ontstaatHet Duitse reizen staat in het teken van de haast en de productiviteit: zo snel mogelijk van Hamburg naar München in een hard geveerde BMW, met een korte stop voor een vette hap in de Raststätte.Maar je kon in Venetië niet van anachronismen spreken. De moderne tijd was een anachronisme in deze stad die op geen enkele manier was toegerust voor productiviteit, haast of nut. Hier was de tijd blijven zweven in melancholie en heimwee naar de droom van een schaduw van een rinkelend verleden.
Etymologie
*afgeleid van productief
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek