proef

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderzoek of test naar de juistheid, degelijkheid of waarheid.
  2. natuurkunde, scheikunde, biologie (natuurkunde), (scheikunde), (biologie) het verrichten van een handeling om een verschijnsel te achterhalen of zichtbaar te maken, proefneming, experiment
  3. een drukproef
  4. een monster, (steekproef)

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onderzoek’ voor het eerst aangetroffen in 1286 , semantisch beïnvloed door Duits "Probe" voor de bijkomende betekenissen.

Uitdrukkingen

  • op de proef stellentesten

Vertalingen

Engelsattempt, experiment, test
Fransépreuve, essai, échantillon
DuitsProbe, Probe
Spaansensayo, experimento, espécimen