professor

mannelijk (de)/proˈfɛsɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap, beroep (wetenschap) (beroep) de aanspreektitel voor een hoogleraar
    Professor is in Nederland de aanspreektitel voor een hoogleraar, terwijl het in Vlaanderen de aanspreektitel is van docenten aan een academische instelling (universiteit en sommige hogescholen).
    Ook kenners maken zich zorgen, zoals professor Bongers. Hij werkt bij de universiteit.
  2. schertsend (schertsend) een geleerd aandoend persoon

Etymologie

*Nederlands zelfstandig naamwoord

Vertalingen

Engelsprofessor
Fransprofesseur
DuitsProfessor
Spaansprofesor
Zweedsprofessor