professor
mannelijk (de)/proˈfɛsɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschap) (beroep) de aanspreektitel voor een hoogleraarProfessor is in Nederland de aanspreektitel voor een hoogleraar, terwijl het in Vlaanderen de aanspreektitel is van docenten aan een academische instelling (universiteit en sommige hogescholen).Ook kenners maken zich zorgen, zoals professor Bongers. Hij werkt bij de universiteit.
- (schertsend) een geleerd aandoend persoon
Etymologie
*Nederlands zelfstandig naamwoord
Vertalingen
Engelsprofessor
Fransprofesseur
DuitsProfessor
Spaansprofesor
Zweedsprofessor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek