programmatuur

vrouwelijk (de)/ˌproɣrɑmaˈtyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) verzameling gegevens die bepaalt wat een computer met andere gegevens moet doen en die het apparaat geschikt maken voor bepaalde toepassingen

Etymologie

*verkorting van computerprogrammatuur, gevormd uit computer en programmeren naar het voorbeeld van computerapparatuur