prooi
mannelijk/vrouwelijk (de)/proj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat wat door een dier wordt buitgemaakt
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Vertalingen
Engelsprey
DuitsBeute
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek