protest
onzijdig (het)/proˈtɛst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een uiting van ontevredenheid met het gevolgde beleidEr klonk luid protest toen de wetswijziging werd aangekondigd.Pro-Oekraïense protesten in VS, JD Vance weggehoond in skioord: ‘Vance is een verrader’[https://www.parool.nl/wereld/pro-oekraiense-protesten-in-vs-jd-vance-weggehoond-in-skioord-vance-is-een-verrader~b1bb9c4f/ www.parool.nl (2 mrt 2025)]Er werd opvallend veel geblowd op de PCT. Vooral de Amerikanen waren er gek op, wellicht als protest tegen de strenge war on drugs.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(uiting van) verzet’ voor het eerst aangetroffen in 1582
Vertalingen
Engelsprotest
Spaansprotesta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek