protestant
mannelijk (de)/ˌprotəsˈtɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (christelijk) christen die is aangesloten bij het protestantismeMaar van de eucharistie heb ik me altijd ver gehouden. Het is trouwens officieel ook zo dat je het als protestant vanuit je kerk niet kunt doen en aan de andere kant mag een priester je officieel waarschijnlijk ook niet de hostie aanreiken.J.W.N. van Dooijeweert, [http://www.refoweb.nl/vragenrubriek/24669/aswoensdagkruisje-ontvangen/ Aswoensdagkruisje ontvangen], 21-02-2017, refoweb.nl
Etymologie
* via "Protestant" van Latijn "protestans", "iemand die publiekelijk verklaart, getuigt, protesteert", in de betekenis van ‘hervormd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1579, op te vatten als van protesteren
Vertalingen
EngelsProtestant
Fransprotestant
DuitsProtestant
Spaansprotestante
Zweedsprotestant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek