protesteren

/protɛsˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) (grote) bezwaren uiten
    Er viel as van mijn sigaret op mijn pantalon terwijl ik de naam van die stad uitsprak. Hij had het gezien en voordat ik kon protesteren, had hij een van zijn witte handschoenen uitgetrokken en wijdde hij zich met volledige aandacht aan het werkje om mijn broekspijp daarmee af te kloppen. Hij had magere, donkere handen.
    Honderden boeren protesteerden in de straten van Brussel tegen de nieuwe landbouwplannen.

Etymologie

*afgeleid van het Franse protester ()

Vertalingen

Engelsprotest, object, disagree
Fransprotester
Duitsprotestieren
Spaansprotestar
Turksprotesto etmek