prothesis
vrouwelijk (de)/proˈtezɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordbegin
Etymologie
* Leenwoord uit Laatlatijn prothesis, ontleend aan Oudgrieks prósthesis (πρόσθεσις) ‘het tegen iets aanzetten’.
Vertalingen
Engelsprothesis
Fransprothèse
DuitsProthese
Spaansprótesis
Italiaansprostesi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek