provoceren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een reactie oproepen, uitdagen
    En zo liet hij ook deze gelegenheid om over Katarina en haar kinderen te vertellen uit zijn handen glippen. Ondanks het feit dat zijn zoon, bewust Of onbewust, hem zo goed als had geprovoceerd om het onderwerp ter sprake te brengen.
  2. ov (ov) een negatieve reactie oproepen

Etymologie

* van het Franse provoquer of het Latijnse provocare ()

Vertalingen

Engelsdefy, provoke
Fransprovoquer
Spaansdesafiar, provocar, retar