psalm

mannelijk (de)/psɑlm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) elk van honderdvijftig gezangen uit de Tenach en het Oude Testament
    Alles draait in dienst in Baptistenkerk om het thema dankbaarheid. Of het nu het gebed, de preek, een klein toneelspel of de tekst van psalmen, gezangen en liederen, is, alles daat erom dat mensen in het leven dankbaar moeten zijn. Tubantia 08-11-07 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/basisscholen-westerhaar-vieren-dankdag~ac2c5c7a/ Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag]

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘godsdienstig lied’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Vertalingen

Engelspsalm
Franspsaume
DuitsPsalm