pubescentie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) de periode van lichamelijke en geestelijke ontwikkeling waarin een kind volwassen wordt en geslachtsrijp wordt, vaak rond de leeftijd van het begin van de puberteit
- (biologie) het pubescent (behaard) zijn
Etymologie
* uit het Latijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek