puissance
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (paardrijden) verzwaard vervolg van een concours hippique als er een gelijk aantal punten door verschillende ruiters is behaaldVoor de puissance hadden zich aanvankelijk tien ruiters gemeld, maar de amazones Malin Parlmer uit Zweden en de Duitse Pascale Pfeiffer gingen de uitdaging niet aan.
- (paardrijden) concours hippique waarbij het paard over een steeds hogere, dichte muur moet proberen te springenMeest spectaculaire onderdeel en is de puissance op vrijdagavond 5 november. Ruiters springen met hun paard over een blinde muur van houten blokken die iedere keer met vijf centimeter wordt opgehoogd. Het Wierdens record staat op 2.25 meter, een hoogte waarbij het paard niet meer over de muur kan kijken en moet vertrouwen op de ruiter.
Etymologie
* uit he Frans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek