pul
mannelijk/vrouwelijk (de)/pʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gewoonlijk aardewerken kroes voor bier met een dekselHet bier werd geserveerd in grote pullen.
- eendenkuiken, ook wel gebruik voor jong van kip of zwaan (in deze betekenis wordt vaak de verkleinvorm "pulletje" gebruikt)Ziet hij op een dag een moedereend met tien pulletjes, een week later zijn dit er nul tot aanzienlijk minder. „Oorzaak: veel kraaien of kauwen”, schrijft hij.
- (figuurlijk) klein kind of jonge vrouw
Etymologie
*[2], [3]: van de lokroep poele voor kippen, in de betekenis van ‘jong van een eend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
DuitsKrug
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek