punker

mannelijk (de)/'pʏnkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. liefhebber van punkmuziek en het uiterlijk heeft dat daarbij hoort
    Tien jaar geleden stond Enter Shikari met hun metal-meets-dubstep nog garant voor minstens een plezante show: in die periode sleurden ze nog trampolines mee het podium op. Op Pukkelpop was zanger Roy Reynolds echter verveld tot een punker die ten einde raad en platzak dan toch maar aan een kantoorjob was begonnen: één kant van het hoofd geschoren, maar voor de rest in business casual-outfit. de Standaard 17/augustus/2017 Nick De Leu
    Zeventien jaar lang was De Swing is de Molenstraat the place to be voor alternatievelingen, punkers, studenten en 'gewone' Nijmegenaren. Donderdagavond keerde de sfeer van weleer een avondje terug op het Museumplein van de Vierdaagsefeesten. Tubantia Leo Klaassen 20-juli-2017

Etymologie

* uit het Engels: tuig, schorem

Vertalingen

Engelspunk