punteren
/ˈpʏntərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) met een punter varen
- (sport) een voetbal met de punt van de voet trappen, wat een weinig trefzeker schot oplevert
werkwoord
- stippels zetten
- (muziek) (ov) een noot met een punt verlengen
Etymologie
*[B] via Middelnederlands "poenteren" en "pointer" van middeleeuws Latijn "punctuare"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek