punteren

/ˈpʏntərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) met een punter varen
  2. sport (sport) een voetbal met de punt van de voet trappen, wat een weinig trefzeker schot oplevert
werkwoord
  1. stippels zetten
  2. muziek, ov (muziek) (ov) een noot met een punt verlengen

Etymologie

*[B] via Middelnederlands "poenteren" en "pointer" van middeleeuws Latijn "punctuare"