puntkomma

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een leesteken dat twee nauw aan elkaar gerelateerde zinnen tot een geheel verbindt (;)
    Na een puntkomma volgt geen hoofdletter.
    Een puntkomma staat – net als een punt – in principe tussen twee complete (i.e. met een persoonsvorm) zinnen.
    Bij een puntkomma klinken de deelzinnen als zelfstandige zinnen met elk een eigen intonatie.

Etymologie

* In de betekenis van ‘leesteken’ voor het eerst aangetroffen in 1769

Vertalingen

Engelssemicolon
Franspoint-virgule
DuitsSemikolon
Spaanspunto y coma
Italiaanspunto e virgola
Japansセミコロン, semikoron
Poolsśrednik