Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

puntpaprika

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpʏntpapriˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) spits toelopende vrucht van bepaalde variëteiten van
    De lunchpakketjes die ik naar school meeneem zijn hele bouwsels, met puntpaprika en hummus en van alles erbij.

Etymologie

*, aangetroffen vanaf het laatste kwart van de 20e eeuw