puntstuk

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) onderdeel voor het verbinden van twee buizen
    Draai het puntstuk van het radiator-kraanhuis en voetventiel los. Wikkel nieuw teflontape om de schroefdraad van de puntstukken...
  2. verkeer (verkeer) een meerhoekig vlak op een weggedeelte, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen
    Ze plukten me circa 100 meter na het puntstuk van de weg en in de berm werd het afgehandeld...
  3. spoorwegen (spoorwegen) (in een spoorwegwissel:) het punt waar twee spoorstaven elkaar kruisen
    kortsluiting op puntstuk van het wissel van mijn hobbyspoor
  4. techniek (techniek) het onderste gedeelte van de buis van een geslagen waterbron voor het oppompen van grondwater
    Aangeboden: pomp voor grondwater, met drukvat en puntstuk van 6 meter