puree
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) warm gerecht van fijngestampte of gezeefde aardappelen, tomaten of andere groenten, vruchten enz., waar meestal nog een zuivelproduct zoals melk aan is toegevoegd
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fijngestampt gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1544
Uitdrukkingen
- In de puree zitten — Problemen hebben
- Iemand uit de puree helpen — Iemand uit de problemen helpen
Vertalingen
Engelspurée, mash
Franspurée
DuitsPüree
Spaanspuré
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek