purperverf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpʏrpərˌvɛrᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roodpaarse kleurstof voor textiel, oorspronkelijk gewonnen uit bepaalde soorten slakken
    Hun scheepsbouw, godenwereld, sieraad- en glaskunst; geen facet van het rode volk, zoals de Foeniciërs vanwege de bereiding van purperverf werden genoemd, is onaangeroerd gebleven.