purperverf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpʏrpərˌvɛrᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- roodpaarse kleurstof voor textiel, oorspronkelijk gewonnen uit bepaalde soorten slakkenHun scheepsbouw, godenwereld, sieraad- en glaskunst; geen facet van het rode volk, zoals de Foeniciërs vanwege de bereiding van purperverf werden genoemd, is onaangeroerd gebleven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek