puzzel
mannelijk (de)/ˈpʏzəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) raadsel of moeilijke opgave die men als tijdverdrijf probeert op te lossenHij heeft al veertien puzzels gemaakt uit dat puzzelboekje.
- (figuurlijk) moeilijkheid op te lossen vraagstukHet wordt voor de regering een hele puzzel om voldoende steun voor haar plannen te krijgen.
Etymologie
* van "puzzle", in de betekenis van ‘raadsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1895
Vertalingen
Engelspuzzle, jigsaw, enigma
Franspuzzle
DuitsPuzzle
Spaanspuzzle, acertijo, enigma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek