quasi-intellectueel
mannelijk (de)/ˈkwaziˌʔɪntəˌlɛktyˌwel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) iemand die zich voordoet als een belezen persoon die kan kan meedoen aan meer abstracte discussiesWeer een andere wethouder van de combinatiepartij Links Den Haag, J. Verduyn Lunel, noemde Van Otterloo in een plaatselijke krant een ‘quasi-intellectueel’.
- (pejoratief) schijnbaar passend in een omgeving met abstracte discussies door belezen personenBaudet bleek getikt. Na zijn triomf bij de Provinciale Statenverkiezingen hield hij een even lachwekkende als onbegrijpelijke redevoering over de uil van Minerva en boreaal Europa. „Ik kreeg tranen in mijn ogen”, zegt Otten nu. „Het was een quasi-intellectueel lulverhaal. Daarmee maakte hij de partij kapot.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek