qui-vive

onzijdig (het)/kiˈvif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. op zijn ~ zijn: oplettend zijn
    Hij was erg op zijn qui-vive toen die man hem benaderde.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse qui-vive. Ook in het Frans bestaat de uitdrukking "être sur le qui-vive", (samenkoppeling) van qui en vive