qui-vive
onzijdig (het)/kiˈvif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- op zijn ~ zijn: oplettend zijnHij was erg op zijn qui-vive toen die man hem benaderde.
Etymologie
*Ontleend aan het Franse qui-vive. Ook in het Frans bestaat de uitdrukking "être sur le qui-vive", (samenkoppeling) van qui en vive
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek