quisling

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand in hoge positie die verraad pleegt aan wat aan hem is toevertrouwd
    Wat een quisling is die man!

Etymologie

*(eponiem): naar de Noorse premier die in de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse bezetter, in de betekenis van ‘verrader’ voor het eerst aangetroffen in 1950